Gezondheid als driver voor duurzaamheid

22 november
Er is veel mis met onze voedingsgewoonten en de kwaliteit en samenstelling van ons voedsel. Meer dan 50 procent van de chronische ziekten is voedsel- en leefstijlgerelateerd. Slecht en ongezond eten vermindert aantoonbaar de vitaliteit van mensen, zowel jong als oud. Veel gedragsproblemen zijn het gevolg van of worden versterkt door verkeerde voedingsgewoonten. En ongezond eten zorgt voor enorme maatschappelijke kosten.

Tegelijkertijd neemt het wetenschappelijke bewijs toe dat gezond, vers en gevarieerd eten een enorme bijdrage kan leveren aan zowel de preventie als het herstel van ziekten. Het programma Keer Diabetes2 Om is hier een goed voorbeeld van. Door aanpassing van het eetpatroon kunnen patiënten met suikerziekte fors terug in medicijngebruik en in een aantal gevallen zelfs helemaal van de medicijnen af. Ook projecten met scholieren, bejaarden, zieken en gedetineerden hebben aangetoond dat gezond en gevarieerd eten tot veel betere prestaties en minder uitval en recidive leidt.

De markt voor voedsel wordt in veel schakels gedomineerd door een beperkt aantal grote spelers. Zij gaan allemaal voor grote hoeveelheden tegen de laagst mogelijke prijs. Massa is kassa is het credo. Voedingswaarde en duurzaamheid worden in dit systeem nog nauwelijks beloond. Veel boeren en werkers in de voedselketen hebben hierdoor marginale inkomens en leiden een zeer onzeker bestaan.

Zowel onder consumenten als onder boeren begint een tegenbeweging op gang te komen. Concepten als biologisch, streekproducten en slow food winnen terrein. Bedrijven als Wessanen, Vegetarische Slager, Hutten catering, Atlantis, Eosta, Diverzio, Ekoplaza en Marqt maken duurzaamheid en gezondheid inmiddels tot leidende principes voor hun businesscase.

Mijn voorspelling is dat gezondheid een sterke extra driver gaat worden om de voedselketen versneld te verduurzamen. Gezond en vers eten leidt tot een lagere ecologische footprint, bevordert korte ketens en versterkt de band tussen producent en consument. Dit proces kan worden versterkt door de introductie van True Price en True Cost-principes. Een recente studie van Eosta en EY naar de maatschappelijke kosten en baten van appels leerde dat biologisch geteelde appels 19 cent per kilo minder gezondheidskosten veroorzaken dan hun gangbare soortgenoten. Bij producten als avocado’s, sinaasappels en peren was het verschil 5 tot 10 cent per kg. Deze grote verschillen zijn vooral het gevolg van verschillen in pesticidengebruik tussen biologisch en gangbaar. Als dit soort bedragen onderdeel gaan worden van het economisch systeem dan ontstaat er vanuit gezondheidsperspectief een sterke economische driver voor het versneld verduurzamen van onze voedselproductie.

Om deze ontwikkelingen in ons land te versnellen is recent een Transitiecoalitie Voedsel opgericht. Hierin bundelen inmiddels meer dan veertig personen en partijen hun krachten. Vooral nieuwe verbanden tussen de wereld van gezondheid (denk aan ziektekostenverzekeraars, patiëntenverenigingen, zorginstellingen en bezorgde artsen) en de wereld van voedselproductie bieden veel kansen op nieuwe omzet en ­nieuwe ­businessmodellen. Ik verwacht daar veel van en zet me hier als kwartiermaker van deze coalitie de ­komende periode dan ook graag voor in.

Column Willem Lageweg